Caínho
Kleur
Caíño is een blauwe druif die doorgaans wijnen voortbrengt met een middelintense robijnrode kleur. In jonge wijnen zijn vaak levendige paarse reflecties zichtbaar, terwijl de kleur meestal iets lichter en transparanter blijft dan bij meer geconcentreerde druivenrassen. Deze uitstraling past goed bij het elegante en frisse karakter dat vaak met deze druif wordt geassocieerd.
Kenmerken
Caíño staat bekend om zijn aromatische verfijning en levendige zuurgraad. In de geur komen vaak aroma’s naar voren van rode bessen, kersen en frambozen, aangevuld met florale tonen zoals viooltjes en subtiele kruidige accenten. Soms zijn ook licht aardse of minerale nuances aanwezig. In de mond zijn de wijnen doorgaans middellicht tot middelvol, met frisse zuren en relatief zachte tannines. Dit geeft de wijn een elegante, levendige stijl waarin frisheid en aromatische finesse centraal staan. Door de natuurlijke zuurgraad kunnen sommige voorbeelden zich ook enkele jaren ontwikkelen, hoewel veel wijnen bedoeld zijn om relatief jong te drinken.
Gebieden
De druif komt oorspronkelijk uit het noordwesten van het Iberisch schiereiland en is vooral te vinden in Galicië, in het noordwesten van Spanje. Hij speelt een rol in appellaties zoals Rías Baixas, Ribeiro en Ribeira Sacra. Daarnaast komt Caíño ook voor in het noorden van Portugal, waar hij bekendstaat onder de naam Borraçal en wordt gebruikt in wijnen uit de regio Vinho Verde.
Serveersuggestie
Caíño komt het best tot zijn recht bij een serveertemperatuur van ongeveer 14–16 °C. Dankzij zijn frisse zuren en elegante structuur past de wijn goed bij lichte vleesgerechten, gevogelte, paddenstoelen en gegrilde vis. Ook bij tapas of gerechten uit de Atlantische keuken, zoals vis en zeevruchten met kruidige accenten, kan Caíño een bijzonder harmonieuze combinatie vormen.

